Homepagina Landen België

België

Het Europese FOOD (Fighting Obesity through Offer and Demand)-programma werd als project opgericht in 2009 dankzij de medefinanciering van de Europese Commissie (DG SANTE).
Als hoofdpartner en coördinator stelde Edenred vertegenwoordigers van volksgezondheidsautoriteiten, voedingsdeskundigen, onderzoekscentra en universiteiten in zes landen (België, Tsjechië, Frankrijk, Italië, Spanje en Zweden) voor om een consortium van partners te vormen.
Ondanks het feit dat de EU-financiering in april 2011 werd stopgezet, besloten de partners om voordeel te halen uit de acties en resultaten en verder te gaan onder een meerjarenprogramma, waar België deel van uitmaakt.

Partners

Edenred

https://www.edenred.be

Edenred bedenkt en ontwikkelt chequeprogramma’s voor bedrijven en openbare instellingen. Hun uithangbord is de maaltijdcheque (of Ticket Restaurant®), die al meer dan vijftig jaar lang dagelijks gebruikt wordt door meer dan 43 miljoen mensen in 42 landen wereldwijd.

Maaltijdcheques kunnen als opstapje dienen om een verandering teweeg te brengen in de voeding en levensstijl van werknemers. Verder sluit het FOOD-project - dat een meerjarenprogramma is geworden - perfect aan bij Edenreds doelstellingen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, waarvan de toegang tot evenwichtige voeding een topprioriteit is. Edenred is verantwoordelijk voor de coördinatie van het programma en voor de verspreiding van de informatie en de resultaten.

Haute École Lucia de Brouckère

http://ciriha.be

Het Centrum voor Informatie en Onderzoek omtrent Voedselintolerantie en Gezonde Voeding (HELdB-CIRIHA).

CIRIHA bouwde een stevige reputatie op als centrum voor voedselintolerantie, voedselhygiëne en praktische voeding. Het verricht onderzoek naar de behandeling van levensmiddelen en naar hart- en vaatziekten. Het centrum heeft als missie om de (para)medische wereld, de economische forums en het brede publiek advies te bieden door middel van begeleiding, informatie en vorming.

Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu

https://www.health.belgium.be/fr/sante

De FOD werd opgericht in 2001. Het bouwt aan een transparant, dynamisch en wetenschappelijk duurzaam beleid dat vandaag en in de toekomst garant staat voor een hoogstaande volksgezondheid, een veilige voedselketen en een beter leefmilieu en dit in overleg met de betrokken partners.

Nationaal Voedings - en Gezondheidsplan voor België (NVGP)

http://www.monplannutrition.be

Het NVGP is een multidisciplinair project dat de bevolking wil aanzetten tot betere voedingsgewoonten en meer lichaamsbeweging. Bij dit project kunnen alle actoren deelnemen aan taakgroepen per onderwerp: consumentenorganisaties, de voedingsindustrie, de distributiesector, universiteiten, enz. Het resultaat is een opmerkelijke mix van acties, gaande van communicatie en informatie tot het verbeteren van het voedselaanbod, het voeren van vitaal onderzoek en het aanreiken van instrumenten aan gezondheidsprofessionals om deze problemen aan te pakken. Deze acties hebben betrekking op zeer uiteenlopende onderwerpen, zoals het verminderen van het zoutgebruik, borstvoeding, ondervoeding bij ouderen, het promoten van de fruit- en groenteconsumptie, en nog veel meer.

Nutri-Challenge

https://www.nutri-challenge.be

Nutri-Challenge - gezondheid in jouw bedrijf werd in 2008 door een voedingsdeskundige en een diëtist opgericht. ZIj bieden een breed scala van diensten aan die tegemoetkomen aan een groeiende vraag van mensen die zich bewust zijn van de link tussen voeding en gezondheid: voedselanalyse - workshops - infostand - kookworkshops - groepstraining of persoonlijke coaching - conferenties. Ze bieden wetenschappelijk onderbouwd voedingsadvies dat toegankelijk is voor een ruim publiek. Nutri-Challenge ontwikkelt creatieve en goed georganiseerde projecten die succesvolle resultaten opleveren en een duidelijke eindboodschap meegeven.

Methodiek

Stap 1: Onderzoek en kennis

Inventaris van bestaande resultaten

Tijdens de projectfase (2009-2011), die plaatsvond voordat de hulpmiddelen werden ontwikkeld en de communicatiecampagnes werden gelanceerd, ondernam het Consortium verschillende acties om na te gaan wat er tot dan toe bereikt was op het gebied van gezondheidsbevordering op het werk, en om de behoeften van beide doelgroepen - werknemers en restaurants - te identificeren.

Eerst werd een gedetailleerd overzicht van de bestaande programma’s voor voedingsmaatregelen opgesteld. Deze evaluatie van de bestaande programma’s werd uitgevoerd om inzicht te krijgen in de initiatieven ter promotie van gezonde voeding in een werkomgeving die in de verschillende landen reeds waren opgestart. Tijdens de evaluatie werd vooral gefocust op de initiatieven die gericht waren op evenwichtige voeding en die werknemers in een bedrijfsomgeving als doelgroep hadden.

Zeventig programma’s beantwoordden aan de evaluatiecriteria in de zes landen en werden in het onderzoek opgenomen.

Hieronder volgen de zes programma’s en maatregelen voor werknemers die in België werden geïdentificeerd en opgenomen werden in de FOOD-inventaris tijdens de projectfase (2009-2011).

Dit project werd in 2004 gelanceerd. Het had de AXA-werknemers als doelgroep en was bedoeld om hun gezondheid op de werkvloer te verbeteren. Het programma volgde de richtlijnen van de HACCP (Hazard analysis and critical control points, een voedselveiligheidssysteem). Het was beschikbaar voor werknemers via het intranet van het bedrijf en bood voedingsadvies.

Het programma, dat in 2008 gelanceerd werd, wilde bedrijven helpen om cardiovasculaire gezondheid en welzijn op het werk te promoten. Bedrijven die betaalden om deel te nemen aan het programma, hadden een breed pakket tot hun beschikking, waaronder drukwerk, conferenties, workshops, teambuildingactiviteiten, enz.

Het werd in 2007 opgericht door een diëtist en een journalist. Het richtte zich tot werknemers en wilde een gezonde voeding promoten voor betere prestaties op het werk, en dit door een combinatie van beweging en communicatiemiddelen voor de werknemers.

Dit programma werd in 2003 gelanceerd door de non-profitorganisatie VIGEZ (Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie vzw) en vond plaats in Vlaanderen en Brussel. Het programma richtte zich zowel tot werkgevers als tot werknemers en had als doel de gezondheid van werknemers te bevorderen door gedragsverandering te stimuleren. Bedrijven moesten betalen om te kunnen deelnemen en het programma stond open voor tal van bedrijven in het noorden van België. Het programma bood een breed scala van interventies en evaluaties aan die om de drie jaar werden gehouden.

Werd in 2008 gelanceerd door verzekeringsmaatschappij Partenamut en was gericht op restaurants en hun netwerk van 460.000 leden. Het gratis programma had als doel gezonde voeding te promoten door restaurants te stimuleren om gezonde menu’s te ontwikkelen onder begeleiding van diëtisten en artsen. De deelnemers konden ’gezonde’ punten verdienen, die ze later konden inruilen voor een "1 + 1 gratis"-maaltijd in het restaurant voor speciale menu’s samengesteld en gecontroleerd door een diëtist.

Werd in 2001 opgestart door Emmanuel Verstraeten in Brussel en opende in 2008 zijn deuren in New York. Het restaurant biedt een menu aan dat voldoet aan de normen van SPE (Sanitas Per Escam of ’gezondheid door voeding’, een voedingscharter ontwikkeld door chef-koks en voedingsdeskundigen). Dat levert een unieke restaurantervaring op waarbij seizoensgebonden en lokale producten met specifieke kooktechnieken worden bereid.

Summary

Bedrijven werden steeds vaker geconfronteerd met gezondheidsproblemen bij hun werknemers, waardoor er indirecte kosten hadden kunnen ontstaan door een verlies aan arbeidskrachten. Dat was voor hen de reden om deel te nemen aan de verschillende programma’s die werden aangeboden. In België werden alle programma’s, op één na, door privébedrijven opgestart en slechts twee gratis programma’s zijn opgenomen in deze evaluatie. Positief was dat de interventies door wetenschappers werden onderbouwd, hoewel slechts in de helft van de gevallen goed werd gecommuniceerd met hun gebruikers. Slechts drie programma’s werden in het hele land aangeboden.

Dankzij de evaluatie van de bestaande programma’s die in de inventaris zijn opgenomen, konden de partners verschillende gezamenlijke conclusies trekken:

  • Bij de meeste programma’s was er een algemeen gebrek aan evaluatie;
  • De projecten werden niet goed gepromoot;
  • De doelgroepen waren grotendeels passief;
  • Lage aanwezigheid van professionals;
  • Ongeschikte middelen werden gecreëerd als gevolg van de verkeerde beoordeling van de doelgroepen;
  • Gebrek aan zichtbaarheid en duidelijkheid van de gecreëerde middelen.

Kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeken

Eerste enquêtes voor werknemers en restaurants (2009)

In navolging van de evaluatie van de bestaande programma’s en op basis van de belangrijkste bevindingen werd een onderzoek opgestart met twee enquêtes: één voor restaurants en een andere voor werknemers. Het onderzoek werd in elk van de deelnemende landen verricht via het netwerk van Edenred. Het was ontwikkeld door CIRIHA en het Institut Paul Bocuse en werd later onderzocht door het onderzoekscentrum van het Institut Paul Bocuse in Frankrijk.

Ten minste 52.000 werknemers en 5.000 restaurants vormden de doelgroep van de enquêtes in de zes deelnemende landen. In totaal hebben 4.529 werknemers en 399 restaurants de enquêtes beantwoord, wat 5% meer is dan verwacht.

Werknemers

555 Belgische werknemers hebben de eerste enquête beantwoord; twee derde van hen waren vrouwelijke werkneemsters.

De meeste werknemers waren bekend met een programma dat evenwichtige voeding promoot (59,5%) en gaven aan geïnformeerd t zijn via een campagne van de voedingsindustrie. 80% van degenen die er geen kenden, had hierover graag meer informatie gewild.
Bij de vraag naar de betekenis van evenwichtige voeding kozen bijna evenveel Belgische werknemers voor "diverse voedingsmiddelen in een gematigde hoeveelheid en in een aangename omgeving" als voor "lekker eten en tegelijkertijd je gezondheid beschermen". Dat toont aan dat plezier, milieu en diversiteit positief geassocieerd wordt met evenwichtige voeding. Ook in België brachten de meeste respondenten uit de zes landen evenwichtige voeding in verband met voeding arm aan of vrij van vet, zout en suiker. Dit resultaat kan erop wijzen dat evenwichtige voeding ook geassocieerd wordt met diëten,waardoor dit type voeding een negatief imago kan krijgen.

Zo’n 40% van de werknemers antwoordde aan overgewicht of zwaarlijvigheid te lijden, zoals af te lezen is uit de volgende grafiek. Een kleiner aantal respondenten gaf aan zwaarlijvig te zijn in vergelijking met de nationale statistieken

Figuur 1: Overzicht van het gewicht opgegeven door werknemers

Van alle zes de landen heeft België het laagste percentage (12,2%) werknemers die in het restaurant lunchen. Bijna 90% van de werknemers verkozen zelfbereide voeding of voeding die op kantoor wordt geleverd. De meerderheid (70,5%) nuttigde de lunch in een gezamenlijke ruimte op kantoor en 17,3% lunchte thuis.
Degenen die uit eten gingen, aten hun lunch bij voorkeur in een bakkerij of een broodjeszaak. Geen werknemers gaven aan in een restaurant te eten!

De belangrijkste reden die gegeven werd om niet in een restaurant te eten, was de voorkeur voor zelfbereide maaltijden (53,9%), gevolgd door een gebrek aan tijd om uit eten te gaan (31,4%).

Figuur 2: Overzicht van de plaatsen waar Belgische werknemers hun lunchpauze houden:

De belangrijkste reden waarom Belgische werknemers voor een lunchplek kozen, was de nabijheid tot de werkplaats. De betaalbaarheid en de snelle bediening waren daarna de belangrijkste factoren. Waar ze op dat moment zin in hadden, was de belangrijkste factor om te kiezen wat ze aten.

Restaurants

51 Belgische restaurants hebben de enquête beantwoord. De meeste waren restaurants die een speciaal lunchmenu aanboden, meestal een "dagschotel".

Figuur 3: Indeling restaurants van respondenten:

Ongeveer de helft van de restauranthouders beweerden bekend te zijn met een programma over evenwichtige voeding (49%), met een meerderheid die op de hoogte was via de televisie. Iets meer dan de helft van die respondenten beweerde echt te weten wie het programma promootte.

38,5% van de respondenten die bekend waren met een dergelijk programma, hebben de aanbevelingen ervan overgenomen in het restaurant, voornamelijk door het aanbod groenten te verhogen en het vet-, zout- en suikergehalte in de gerechten te verminderen. Drie vierde van de personen die de aanbevelingen niet toepasten, deden dat niet er niet voldoende vraag naar was bij hun klanten. Tijdgebrek was de reden die de overige 25% opgaven.

Meer dan 80% van de restauranthouders beweerde enige kennis te hebben van evenwichtige voeding, wat vergelijkbaar is met het gemiddelde van de andere landen behalve Spanje, zoals uit de volgende grafiek blijkt. 5,9% van de respondenten (tweede hoogste percentage na Tsjechië), had totaal geen interesse in evenwichtige voeding.

Figuur 4: Kennis van restauranthouders over evenwichtige voeding

De meeste respondenten van de zes landen gaven in België aan lokale producten te gebruiken in hun restaurants (91,8%), waarbij het belangrijkste voordeel voor het restaurant de prijs en de kwaliteit van de voeding was.
Bijna 65% van de restauranthouders (het kleinste aantal van de zes landen, maar nog steeds een hoog percentage) had geen bezwaar tegen het promoten van evenwichtige voeding in hun restaurant. De belangrijkste problemen die werden aangehaald, waren tijd en een gebrek aan vraag van de klanten.

Uit de resultaten van België blijkt dat de ondervraagde werknemers de voorkeur gaven aan zelfbereide maaltijden tijdens de lunchpauze. De weinigen die uit eten gaan, kiezen meestal voor zaken die een snelle maaltijd aanbieden. Daarom zou het tijdgebrek dat door een derde van de respondenten vermeld werd, een van de redenen kunnen zijn voor dit verschijnsel.

Een heel groot percentage van de Belgische restauranthouders gaf aan lokale producten te gebruiken voor hun bereidingen. Meer van hen moeten worden aangemoedigd om andere aspecten van evenwichtige voeding in hun restaurants te promoten. Evenwichtige voeding aanbieden wordt pas echt belangrijk voor restaurants als hun klanten ernaar vragen.

Uit die resultaten blijkt dat de Belgische partners werknemers moeten aanmoedigen om lokale restaurants te bezoeken en om gezonde, evenwichtige voeding te vragen, zodat restaurants gestimuleerd worden om verandering aan te brengen in de voeding die ze aanbieden.

Kwalitatief onderzoek naar restaurants

Samen met het kwantitatieve onderzoek werd in 2009 een kwalitatieve studie verricht in twaalf landen (België, Brazilië, Tsjechië, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, India, Italië, Marokko, Polen, Spanje, het Verenigd Koninkrijk) en in elk land werden vijf restaurants geselecteerd en ondervraagd.

Het onderzoek werd gevoerd om te begrijpen hoe en waarom chefs op een bepaalde manier koken, en wat een verandering in hun attitude zou kunnen teweegbrengen. Tijdens de volgende fase werd geprobeerd restaurants ervan te overtuigen dat gezond koken veel voordelen heeft en geen extra kosten met zich meebrengt.

Verschillende restaurants in België werden onderzocht en daarom liep hun houding tegenover aankopen en bereiden ook sterk uiteen.

De restaurants die kwalitatieve voeding aanboden, gebruikten ook gezondere bereidingswijzen en ingrediënten van hogere kwaliteit. Behalve één restaurant hadden ze allemaal al interesse in gezonde voeding, hoewel voor sommige de prijs van een dergelijke voeding een belemmering zou vormen voor het veranderen van de voorraden. De meeste restauranthouders stelden een grotere vraag naar gezonde voeding vast bij de klanten. Voor hen zou alleen dit een stimulans zijn om hun bereidingswijzen te veranderen, hetgeen aansluit bij de resultaten van de kwantitatieve enquête. Tot dusver heeft geen enkel restaurant veranderingen aangebracht aan de voeding die ze aanbieden als gevolg van een dergelijke vraag.

Sommige restaurants waren geïnteresseerd in een opleiding en merkten op dat gezondheidsvoorlichting vanaf jonge leeftijd een noodzaak is.

Stap 2: Aanbevelingen

Na consolidatie van de resultaten van het eerste onderzoek uit 2009 en de inventaris, formuleerden deskundigen een reeks aanbevelingen die gericht waren op restaurants en werknemers.

Het doel van deze aanbevelingen was concreet en praktisch advies te bieden om beide doelgroepen te helpen gezondere voedingsgewoonten aan te nemen.

Hoewel sommige partners van plan waren om slechts één gemeenschappelijke Europese aanbeveling te hebben, besliste elk land om de aanbevelingen aan te passen aan zijn plaatselijke culturele gewoonten. Na verder overleg op nationaal niveau gingen de partners akkoord met zes gemeenschappelijke Europese aanbevelingen voor werknemers en één voor de restaurants.

Tijdens de projectfase gebruikten de partners de richtlijnen van het Nationaal Voedings- en Gezondheidsplan voor België (NVGP) en informatie over de eetgewoonten van de Belgische bevolking (van een onderzoek uit 2004) om de aanbevelingen te formuleren. De voedingsadviezen werden ontwikkeld om te proberen ongezonde voedingsgewoonten te corrigeren. De aanbevelingen beogen eenvoudige, concrete en makkelijk te begrijpen en toe te passen richtlijnen te bieden die de meeste terreinen van gezonde voeding bestrijken.

De aanbevelingen voor beide groepen die door de Belgische partners werden opgesteld, zijn bedoeld om ongezonde eetgewoonten aan te pakken en een gezondere, evenwichtige voeding te stimuleren. Er werd geprobeerd om het gebruik van dierlijk vet in de bereidingswijzen en in de aangeboden voeding te verminderen en om plantaardige vetten, magerder vlees, vis en eiwitrijke graansoorten te gebruiken. Werknemers werden aangespoord om veranderingen aan te brengen in sommige van hun ongezonde gewoonten die kenmerkend waren voor de lokale cultuur en om meer fysieke activiteiten te doen.

De aanbevelingen voor de werknemers zijn lichtjes gewijzigd in 2014.

  • 1) Ik eet minstens 5 porties fruit en groenten per dag:
    • Kies indien mogelijk voor lokaal geteelde seizoensproducten.
    • Eén portie = +- 80 g = +- een handvol.
  • 2) Ik eet tijdens elke maaltijd zetmeelrijke voedingsproducten:
    • Eet verschillende graansoorten: volle rijst, pasta, bulgur, quinoa, maïs en griesmeel. Geef de voorkeur aan gezonde bereidingswijzen.
  • 3) Ik proef van het eten voordat ik zout toevoeg:
    • Voeg geen zout toe aan het kokende water
    • Kruid de voeding met andere smaakmakers zoals kruiden of specerijen.
  • 4) Op sommige dagen kan ik zonder vlees koken:
    • Vervang vlees door andere eiwitten zoals quorn, tofoe, vis, eieren, enz. Kies voor wit en mager vlees.
  • 5) Ik eet een of twee keer per week vis:
    • Eet vette vissoorten zoals zalm, sardienen, anchovis en makreel en bereid ze met gezonde bereidingswijzen.
  • 6) Ik drink 1,5 liter water per dag, wat ongeveer overeenkomt met 8-10 glazen water.
    • Beperk het gebruik van thee en koffie tot een of twee kopjes per dag, en voeg bij voorkeur geen suiker toe.
    • Beperk het gebruik van alcohol en frisdrank.
  • 7) Ik beperk het gebruik van vet en geef voorkeur aan plantaardige oliën:
    • Gebruik bij voorkeur plantaardige oliën zoals olijfolie of arachideolie om te koken en raapzaad-, zonnebloem-, kastanje-, sesam- en sojaolie voor koude bereidingen.
    • Vermijd sauzen gemaakt van boter of room en kies voor alternatieven op basis van melk, lichte room en yoghurt.
  • 8) Ik eet twee zuivelproducten per dag, liefst met weinig vet:
    • Kies voor melk, verse kaas en desserts op basis van yoghurt. Andere kazen moeten met mate gegeten worden. Vervang zuivelproducten door eiwitrijke sojaproducten.
  • 9) Ik eet lekkernijen enkel bij speciale gelegenheden:
    • Alcohol - bijvoorbeeld wijn en bier - frisdranken, koekjes, cakes en zoetigheden moeten met mate worden gebruikt.
  • 10) Ik verkies bereidingswijzen zoals stomen, braden, of frituren in een antiaanbakpan:
    • Vermijd zo veel mogelijk gefrituurde voeding en ander vetrijk voedsel.

En ... ik beweeg minstens 30 minuten per dag!

 

Aanbevelingen voor werknemers (2014)

  • 1 – Ik proef vóór ik zout toevoeg.
  • 2 – Ik beperk mijn vetconsumptie en verkies plantaardige vetsoorten.
  • 3 – Ik eet minstens 5 porties fruit en groenten per dag.
  • 4 – Ik gebruik bij voorkeur de oven, de stoomkoker of de antiaanbakpan.
  • 5 – Ik drink 1,5 liter water per dag.
  • 6 – Ik eet bij elke maaltijd zetmeelhoudende producten.
  • 7 – Ik kan een aantal dagen zonder vlees.
  • 8 – Ik eet een of twee keer per week vis.
  • 9 – Ik eet 2 zuivelproducten per dag, bij voorkeur magere.
  • 10 – Ik beweeg minstens 30 minuten per dag.

Aanbevelingen voor restaurants (2009)

De Belgische partners wilden voorkomen dat de restaurants zouden afhaken door een te beperkende werkwijze. Ze wilden samenwerken met de restaurants in plaats van regels op te stellen. Daarom besloten ze dat de aanbevelingen kort, eenvoudig en praktisch uitvoerbaar en controleerbaar moesten zijn.

Negen aanbevelingen werden geformuleerd om de op werknemers gerichte aanbevelingen aan te vullen en toegevoegd aan de gezamenlijke Europese aanbeveling.

  • 1 – Ik geef gegrilde, gestoomde of ovengerechten.
  • 2 – Ik geef groenten als garnituur en fruit als dessert.
  • 3 – Ik zet bruinof volkorenbrood op tafel.
  • 4 – Ik zet geen zout op tafel.
  • 5 – Ik geef gerechten op basis van gevogelte of wit vlees.
  • 6 – Ik zet vis op het menu.
  • 7 – Ik geef kraantjeswater als de klant daarom vraagt.
  • 8 – Ik vervang boter door olijfolie bij het brood.
  • 9 – Ik bied een dessert aan op basis van zuivelproducten.
  • 10 – Ik vervang aperitiefkoekjes door olijven, rauwe groenten of gedroogde vruchten.

Criteria die moeten worden nageleefd om deel te kunnen uitmaken van het netwerk van FOOD-restaurants

In navolging van de FOOD-aanbevelingen voor restaurants werd een netwerk opgericht van restaurants die een bepaald aantal aanbevelingen naleefden.

In België moeten restaurants aan de onderstaande criteria voldoen om deel te kunnen uitmaken van het FOOD-netwerk (sinds 2014):

Verplichte criteria:

  • Groenten worden in de meeste gerechten aangeboden en/of zijn verkrijgbaar als bijgerecht.
  • Er wordt een alternatief voor vetrijke koolhydraten aangeboden (rijst, aardappelen of pasta in plaats van frieten, rösti of kroketten.

Ten minste 2 van de 3 volgende criteria:

  • Een vegetarisch gerecht wordt op het menu gezet.
  • Er worden verschillende portiegroottes aangeboden voor de gerechten.
  • Fruit en zuivelproducten worden als dessert aangeboden.

Een kaart met het volledige netwerk van de FOOD-restaurants vindt u door hier te klikken

Stap 3: Communicatiestrategie

De roadshow (2009)

De communicatiecampagne ging officieel van start in oktober 2009 met een roadshow in de zes deelnemende landen. Een dubbeldeksbus voorzien van de FOOD-kleuren toerde door de hoofdstad van elk van de zes landen van de projectfase. De reis begon in Parijs en werd voortgezet in Brussel, Stockholm, Praag, Milaan en tot slot in Madrid. Op deze eendagse tussenstops konden de partners de eerste ontworpen hulpmiddelen voorstellen en de doelstellingen en acties van het project toelichten.

De FOOD-bus hield twee dagen halt in Brussel, op 7 en 8 oktober 2009.

In het hart van de Europese wijk, op een populair plein, werden de werknemers en restauranthouders uitgenodigd om:

  • de nationale gidsen met de 10 aanbevelingen mee te nemen;
  • gezonde gerechten te proeven na culinaire demonstraties;
  • een vragenronde met voedingsdeskundigen te houden;
  • een jas van 10 kg aan te trekken om te tonen wat de impact van overgewicht is.

Veel groepen namen deel aan de FOOD-seminars georganiseerd door Nutri-Challenge.

Communicatiemiddelen

Tijdens de project- en programmafase werden verschillende communicatiemiddelen voor beide doelgroepen ontwikkeld:

Zie de Communicatiemiddelen voor restaurants

Zie de Communicatiemiddelen voor restaurants

Stap 4: Evaluatie

Tweede enquêtes voor werknemers en restaurants (2010)

In 2010 werd een tweede onderzoek uitgevoerd in een poging om de eerste fase van het project en het succes van de middelen te evalueren. Op dat moment had het project veel van zijn doelen bereikt. In elk land werden voedingsadviezen voor zowel de restaurants als de werknemers geformuleerd, en in elk land werden er gedurende het hele project communicatiemiddelen ontwikkeld. In de 28 maanden dat het project liep werden er meer dan 100 communciatie-initiatieven geïntroduceerd en geïmplementeerd. Het populairst was de website, die meer dan 66.600 keer werd bezocht tussen februari 2009 en mei 2011.

Naar schatting hadden de boodschappen van het project na 28 maanden zo’n vier miljoen werknemers en 195.000 restaurants bereikt.

De evaluatoren wezen erop dat er verschillende problemen met betrekking tot de onderzoeksenquêtes aanwezig waren. Vooral de enquêtes bleken erg lang te zijn omdat verschillende soorten nationale interventies moesten worden beoordeeld, wat mogelijk resulteerde in een lager responspercentage.

De resultaten en effecten op Europees niveau werden onderzocht door het onderzoekscentrum van het Institut Paul Bocuse.

De vragenlijsten hebben een minimum van 52.000 werknemers bereikt. Het is moeilijk te zeggen op welke manier het project een invloed heeft uitgeoefend op de keuze van werknemers voor evenwichtige voeding, omdat de algemene doelstelling was om deze doelgroep te sensibiliseren en te informeren rond het maken van gezondere keuzes. Een belangrijk resultaat van het onderzoek uit 2010 was echter dat 59% van de werknemers voorstander waren voor gezond eten tijdens de lunchpauze, wat betekent dat dit een belangrijke doelgroep blijft.

Wat de restaurants betreft, werden minstens 5.000 bedrijven bereikt via de enquêtes. Erg positief was dat meer dan 1.760 restaurants na enkele maanden bij het FOOD-restaurantnetwerk waren aangesloten volgend op de nationale aanbevelingen, ondanks het feit dat de maatregelen die gericht waren op het restaurantpersoneel, vrij laat in het project tot stand kwamen. Dat kort tijdsbestek kon ook de erg slechte resultaten inzake het bewustzijn bij restaurants in het tweede onderzoek verklaren (slechts 10% van de respondenten waren bekend met de doelstellingen van het project). Uit de resultaten bleek echter dat 51% van hen de waarde inzagen van het serveren van gezonde maaltijden.

Daarom is de blijvende steun van programma’s zoals FOOD is nodig om de vraag naar dit soort voeding/maaltijden van de klanten verder te vergroten en het aantal restaurants die dit aanbieden, te doen toenemen.

Naast de ontwikkeling en implementatie van de vele acties en middelen en de uitbouw van het FOOD-restaurantnetwerk, heeft het project een succesvol partnerschap tussen de openbare en particuliere sector tot stand gebracht.

Resultaten werknemersenquête

Ruim een kwart van alle enquêterespondenten uit alle zes de landen waren Belgisch (1.615 respondenten, bijna vier keer zoveel als het responspercentage van de vorige ronde in 2009). Dat is het grootste responspercentage uit elk van de zes landen (België, Tsjechië, Frankrijk, Italië, Spanje, Zweden).
Minder dan de helft van alle werknemers die ondervraagd werden (het kleinste aanatl van alle landen) gaf aan een normaal gewicht te hebben. 37% van de respondenten (het grootste aantal van de zes landen) vonden zichzelf te zwaar.
De resultaten van de tweede enquëte stonden in contrast met de resultaten van de eerste enquête omdat ze het belang van de landspecifieke culturele context benadrukten.
Net zoals in alle andere landen betekende evenwichtige voeding voor de meerderheid van de werknemers "diverse voedingsmiddelen in een gematigde hoeveelheid en in een aangename omgeving". Een kleiner aantal respondenten koos voor de definitie "lekker eten en tegelijkertijd je gezondheid beschermen". Dat is een lichte wijziging ten opzichte van de resultaten van 2009, waarin beide definities bijna even vaak gekozen werden.
38% van de werknemers (vergeleken met 59,5% in 2009) kenden een programma dat gezonde of evenwichtige voeding promootte. 45% van degenen die er geen kenden, zou hierover graag meer informatie willen.

Figuur 5: attitude van werknemers ten aanzien van het veranderen van hun eetgewoonten

In de voorbije 12 maanden heeft 57% van de werknemers zijn manier van eten veranderd of overwogen om dat te doen. Van de 43% die antwoordden geen verandering te maken, gaf 14% aan dat ze de aanbevelingen voor gezond eten al opvolgden.

Over het algemeen gaven minder mensen aan een lunchpauze te nemen. 72% van de werknemers verklaarde elke dag een lunchpauze te nemen, vergeleken met 77,6% in 2009. Op dezelfde manier antwoordde 6% van de respondenten nooit een pauze te nemen, tegenover slechts 1,8% in 2009. De meeste werknemers die een lunchpauze nemen, kiezen er nog steeds voor om ofwel thuis te eten of hun eten mee te nemen van thuis.

Een van de redenen die de respondenten aangaven voor het thuis eten of het eten van zelfbereide maaltijden, was de prijs van uit eten gaan. Te weinig tijd om uit eten te gaan was een andere reden die 42% van de respondenten gaf, een stijging ten opzichte van de 31% in de vorige enquête. Het feit dat restaurantvoeding veel calorieën bevat, was de derde belangrijkste reden.

Net zoals de Italiaanse respondenten kiezen de Belgische werknemers die tijdens de lunchpauze op restaurant gaan, hun lunchplek op basis van de snelheid van de bediening, gevolgd door de prijs van de voeding. Een gevarieerd maaltijdaanbod en de voedingswaarde van de gerechten waren daarna de belangrijkste factoren. De keuze aan eten in het restaurant was toen nog de belangrijkste factor, ook al kozen iets minder respondenten ervoor dan in 2009, en 29,2% van de respondenten antwoordde "wat goed voor me is", tegenover 25,5% in 2009. In 2010 was de prijs echter beduidend belangrijker voor de respondenten.

Resultaten restaurantenquête

51 restaurants hebben de tweede enquête beantwoord, wat evenveel is als in 2009. Bijna twee derde van de respondenten waren mannen (het grootste aantal van alle zes de landen). 60,8% van de restaurants die aan de enquête deelnamen, bieden een speciaal lunchmenu aan.

De restauranthouders waren geïnteresseerd om hun kennis van gezond koken te vergroten. Ze hadden echter geen interesse om hun klanten voor te lichten en de werknemers waren evenmin vragende partij om informatie over voedingswaarden te geven in het restaurant.

De restauranthouders beweerden een groeiende interesse voor gezond eten te hebben vastgesteld bij hun klanten, hoewel dit verschijnsel niet significant genoeg was om hen ervan te overtuigen veranderingen aan te brengen in de gerechten die ze aanboden.

Het budget blijft het belangrijkste obstakel voor restaurants die hun bereidingswijzen willen veranderen. 15% van de restaurantshouders vindt dat ze al gezonde voeding aanbieden. 15% heeft in het voorbije jaar veranderingen aangebracht en 35% meer overweegt hun voedingsaanbod aan te passen. Die resultaten kunnen erop wijzen dat initiatieven die gericht zijn op restaurants, succesvol verandering teweegbrengen in de manier waarop restauranthouders over gezonde voeding denken.

Uit de resultaten van de tweede enquête blijkt dat Belgische werknemers steeds meer tijdsdruk ervaren tijdens de lunchpauze, en dat beïnvloedt hun gewoonten van het uit eten gaan. Minder werknemers nemen een lunchpauze en de meesten van hen nemen nog steeds eten van thuis mee naar kantoor. Ze beginnen echter na te denken over de gezondheid van hun voeding en verandering te brengen in hun eetgewoonten. Dat is ook een factor waarmee ze rekening houden wanneer ze het restaurant kiezen om te eten.

Positief was dat restauranthouders gemerkt hadden dat steeds meer mensen geïnteresseerd waren in gezonde voeding en dat ze hun kennis over gezond koken wilden vergroten.

Hopelijk blijft deze stijgende vraag naar gezonde voeding van werknemers verder toenemen en zal het fenomeen, zodra het merkbaar is, alle Belgische restauranthouders stimuleren om de aanbevelingen uit te voeren en de voeding die ze aanbieden te verbeteren.

Sinds 2012 worden elk jaar de FOOD-barometers gelanceerd. Dat zijn enquêtes die geïnspireerd zijn op de onderzoeken van 2009-2010 en die de evolutie van de gewoonten en meningen van beide doelgroepen - werknemers en restaurants - over evenwichtige voeding volgen.

Klik hier om de resultaten voor België te raadplegen

Stap 5: Aanpassing en verspreiding

De gegevens die tijdens de evaluatie werden verzameld, stellen de partners in staat om de communicatiestrategie aan te passen aan de behoeften en verwachtingen van werknemers en restaurants. Dit is een continue verbetering van het programma en zijn boodschappen en communicatiemiddelen.